Safer Internet Day: veilig internet begint bij onszelf

Dinsdag 5 februari is het Safer Internet Day. Vanaf die dag wordt een week lang aandacht gevraagd voor veilig en positief gebruik van digitale technologie, met name voor jongeren. De campagne moet bijdragen aan een veiliger en beter internet waar iedereen gestimuleerd wordt verantwoordelijk, respectvol, kritisch en creatief om te gaan met nieuwe technologie.

In de pakweg 60 jaar dat het internet nu bestaat is het uitgegroeid tot een verschijnsel dat, wellicht meer nog dan tv en telefoon, al onze levens dagelijks beïnvloedt. Onze economie en samenleving zijn bijna onlosmakelijk met het Web verbonden. Nog dagelijks ontstaan nieuwe toepassingen die gebruikmaken van snelle en wereldwijde netwerken. Voor ouders, die vaak zelf niet met internet en social media zijn opgegroeid, is het best een uitdaging om kinderen te leren omgaan met verschijnselen als cyberbullying, malware en vrije toegang tot alle denkbare informatie.Onveilige IT

Hoewel leveranciers van technologie gewoonlijk geen oordeel vellen over wat iemand met hun oplossingen uitspookt, is een veilig internet wel degelijk belangrijk voor de IT-branche. Cybersecurity Ventures, een Amerikaans onderzoeksbureau dat zich specialiseert in cybercriminaliteit, bevestigde onlangs nog een eerdere voorspelling dat de wereldwijde schade door cybercrime in 2021 zal zijn opgelopen tot jaarlijks vijf biljoen euro. Het internet is, met andere woorden, big business voor criminelen. Is dat een plaats waar je je kinderen zomaar wilt laten rondzwerven?

Maarten Robbrecht, SE Manager Benelux & Nordics bij IT- en beveiligingsspecialist Infoblox, merkt dat de jongste generaties erg geneigd zijn blind te vertrouwen op de technologie die ze gebruiken. “Wij zelf zijn samen met technologie opgegroeid: de tijd waar enige technologische kennis vereist was om überhaupt online te kunnen komen, is nog niet zo gek lang geleden. Jongeren zijn vaak heel handig met toepassingen, maar hebben weinig kennis meer van de onderliggende technologie.”

Volgens Robbrecht is het daarom cruciaal ervoor te zorgen dat die technologie ook echt betrouwbaar is. Als voorbeeld noemt hij het domeinnaamsysteem (DNS), dat domeinnamen vertaalt naar IP-adressen. “Het DNS bepaalt naar welke servers een kind wordt geleid als het over het internet surft. Als een DNS-server wordt gehackt, leidt een vertrouwde domeinnaam niet meer naar een vertrouwde server.” Jongeren zijn daar niet op verdacht, en horen dat volgens Robbrecht ook niet te hoeven zijn. “Je kunt debatteren over wie verantwoordelijk is voor wat jongeren online uitspoken, maar wat wel buiten kijf zou moeten staan is de betrouwbaarheid van de diensten die jongeren voor vanzelfsprekend aannemen.”

Gebruiksvriendelijk moet veiliger

Andreas van Wingerden is senior SE Manager bij Citrix. Hij wijst erop dat ouders een belangrijke verantwoordelijkheid hebben voor de manier waarop jongeren zich online gedragen. “Dat iedereen nog veel moet leren over technologie, doet daar niets aan af. Normen voor normaal gedrag zijn online echt niet zo anders dan offline.” Kinderen kunnen zich online makkelijk aan het blikveld van hun ouders onttrekken, maar dat is ook iets waar ouders best wat aan kunnen doen, bijvoorbeeld door samen online te gaan of door jonge kinderen niet in hun eentje op hun kamer achter een pc te zetten.

Toch kunnen ook IT-leveranciers volgens Van Wingerden nog veel doen om de online veiligheid te verbeteren. Zo is het wat Van Wingerden betreft nog veel te makkelijk om onveilige IT-oplossingen te gebruiken. “De beste manier om mensen op een veilige manier met digitale netwerken te laten omgaan, is door ervoor te zorgen dat veilig gebruik een vanzelfsprekende en gebruiksvriendelijke keuze wordt. Dat lukt alleen door ze veilige toepassingen aan te bieden die minstens zo snel en gebruiksvriendelijk zijn als de meest populaire toepassingen waar kinderen nu al op jonge leeftijd mee te maken krijgen.” Veel goede software is nu vaak nog te ingewikkeld in gebruik. “De makkelijkste manier om te spelen, te communiceren of te werken wordt al snel de populairste. Of dat dan ook veilig is, vragen mensen zich niet af. Die les leren IT-bedrijven nu in zakelijke omgevingen, maar voor jongeren geldt dit zeker niet anders.”

De noodzaak om ervoor te zorgen dat de techniek die we dagelijks gebruiken inherent veilig is, groeit alleen maar verder doordat steeds meer apparaten een online verbinding krijgen. “Van parkeerautomaten tot jacuzzi’s wordt tegenwoordig alles draadloos met elkaar verbonden”, vertelt Spencer Hinzen, Director Business Development EMEA bij Ruckus Networks. “Kinderen kijken tegenwoordig zelfs vreemd op als het nog nodig is een apparaat met een draadje aan een netwerk te hangen: ze verwachten mobiliteit en interesseren zich nauwelijks voor de verschillende typen netwerken die daarvoor worden gebruikt. bluetooth, wifi, 4G – het is ze om het even, als het maar werkt.”

Security als zekerheid

Dat betekent ook dat kinderen erg weinig geduld hebben met storende factoren zoals trage verbindingen of lastige inlogprocedures: de eerste gratis hotspot die ze een snelle verbinding geeft is per definitie de beste. De manier om te voorkomen dat kinderen op onveilige netwerken belanden, is door ervoor te zorgen dat er een goed en veilig alternatief voor handen is. “Juist in de openbare ruimte is het daarom verstandig ervoor te zorgen dat mensen kunnen beschikken over snelle én betrouwbare draadloze verbindingen. Gratis veilige Wi-Fi is een basisvoorziening waarvoor met name steden en scholen veel meer aandacht zouden moeten hebben.”

De online werkelijkheid is keihard, weet Oscar van Os, Manager SOC bij Thales Nederland. Vanuit zijn vakgebied krijgt hij dagelijks te maken met online dreigingen, van simpele hacks van ‘scriptkiddies’ tot grootschalige infiltratiepogingen door internationale mogendheden. Kinderen bang maken heeft geen zin, weet Van Os. “Ja, er zijn grote gevaren op het web – maar die zijn er ook in de buitenwereld.” Waar het vooral om gaat is kinderen bewust te maken. “Op dit moment leren kinderen links en rechts te kijken voor ze oversteken, maar online klikken ze op alles wat los en vast zit. Het is voor ons allemaal belangrijk kinderen te leren dat cybersecurity aan de basis staat van een veilige samenleving.”

Vrijwel alle technologie waar kinderen dagelijks mee te maken krijgen, wordt bestuurd door digitale technologie, zegt Van Os: “Van de smartphone in hun zak tot de brug waarover ze naar school fietsen en van de poortjes op het station tot het vliegtuig waarmee ze op vakantie gaan. Het is goed dat ze zich er bewust van worden dat we met zijn allen een verantwoordelijkheid hebben om die technologie te beschermen, en dat onveilig gedrag gevolgen kan hebben, voor henzelf, maar bijvoorbeeld ook voor vrienden en familie die ook besmet kunnen raken.” Op de lange termijn werkt dat volgens Van Os ook door naar bijvoorbeeld de zakelijke omgeving. “We kunnen het ons niet veroorloven dat onze economie, die afhankelijk is van IT-systemen, steeds kwetsbaarder wordt. Daarin ligt natuurlijk een verantwoordelijkheid voor IT- en securityspecialisten, maar uiteindelijk voor ons allemaal.”